Sinterklaas en Zwarte Piet

•5 december 2014 • 1 reactie

Men hoeft niet lang in de geschiedenisboeken te grasduinen om er achter te komen waarop de Zwarte Piet geïnspireerd is. De slaven die uit Afrika geëxporteerd werden naar de west bezorgden onder andere de Nederlanders gouden tijden. Deze goedkope werkkrachten brachten welvaart in het moederland der blanken. Hun eigen leven was heel wat minder rooskleurig. De slavernij is in de 19e eeuw weliswaar afgeschaft, maar de discriminatie niet. In de VS behoren de meeste gekleurde medemensen nog tot het armste deel van de bevolking. Zij hebben duidelijk minder kansen in de gemengde maatschappij. En hoewel de slavernij al een eeuw verleden tijd was, werden gekleurde mensen tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw niet tot het universitair onderwijs toegelaten. En nog steeds duurt de ongelijkheid voort. Zelfs een gekleurde president mag niet baten. Een agent kan nog steeds ongestraft een ongewapende jongen van 15 jaar in het gezicht schieten. Uit zelfverdediging. Pfffffff.

Sinterklaasboek

En wij hebben een traditie. Een traditie die geboren is uit een verwerpelijke overheersing als deze. Overigens heeft deze traditie in de loop der tijd al vele veranderingen ondergaan. Ik hoorde er laatst een opsomming van. De huidige cadeautjesregen op 5 december dateert uit de vijftiger jaren. Daarvoor was het feestje lang zo uitgebreid niet.
Het feestje, dat nu als een sprookje voor kinderen wordt gebracht, is natuurlijk erg leuk en spannend. Op zich is daar niets mis mee. De kindjes, die hierin de hoofdrol spelen zijn volkomen onschuldig. Zij hebben geen weet van de misstanden uit het verleden. Zij hebben ook nog geen traditie. Hun traditie wordt nu opgebouwd en het maakt niet uit hoe dit is georganiseerd. Het is zoiets als een verjaardag, Sint Maarten, kermis, cirkus.
De traditie is die der volwassenen, die hun onschuld al verloren hebben, maar zich vastklampen aan hun jeugdherinneringen. Die goede oude tijd. Natuurlijk kunnen wij wat er in het verleden is gebeurd niet veranderen en wij hebben er persoonlijk ook geen schuld aan. Maar wij kunnen op z’n minst de pijn die generaties lang aan de gekleurde mensen is doorgegeven, erkennen. Wij hebben nu de kans om onze kleintjes een mooiere traditie mee te geven dan wij zelf hebben meegekregen. Een mooiere boodschap waarmee ook de gekleurde kindjes zich kunnen identificeren. De oudere tradities passen niet meer in de huidige maatschappij.
Terwijl ik dit schrijf zit mijn kleinzoon van 3 met zijn mollige vingertje te surfen op you tube naar tractors en brandweerauto’s. Hij heeft een halfbloed Surinaamse neef met een tablet en een i-pod. Er is wat dat betreft geen verschil tussen die beide. En zo moet het ook.
index

Ik ben anders opgevoed. Ik ben geboren in de vijftiger jaren. Er was verwarring over kleurlingen. Mijn moeder zei, dat ze heel goede muziek maakten. Daar konden de blanken niet aan tippen. Al Jolson deed zijn best, verfde zelfs zijn gezicht zwart, maar het bleef oubollig. Ze bestudeerde de hoes van een lp van het Modern Jazz Quartet. “Kijk”, zei ze, “dit zijn beschaafde negers”. Het maakte wel indruk op me al had ik er geen idee van, hoe een onbeschaafde neger er dan uit zou zien. Inmiddels weet ik het wel. Dat is een murw gediscrimineerde neger die geen kansen heeft gehad.
Anja Meulenbelt zei het al: vernedering en discriminatie brengen niet automatisch goede karakters voort. (vrij geciteerd, “de ziekte bestrijden, niet de patient”) Begrip en liefde maken meer kans.

Advertenties

TERUG NAAR EXLOO

•18 september 2014 • 5 reacties

DIGITAL CAMERA

Onverwachts kreeg ik van de plaatselijke woningcorporatie het aanbod voor een woning in Exloo, niet ver van het Exloose bos.
Omdat die huizen erg gewild zijn en ik pas op de 6e plaats stond, verwachtte ik niet dat ik de woning zou krijgen, maar ik ging toch even kijken.
Het bleek een prachtige hoekwoning te zijn in een rustig, ruim opgezet wijkje.
Niet geschoten is altijd mis, dus ik reageerde vlak voor de sluitingstermijn op dit ‘groepsaanbod’. Tot mijn verrassing en vreugde won ik de hoofdprijs.
Waarschijnlijk had ik dit te danken aan de schoolvakantie, waardoor er veel mensen niet thuis waren en zodoende niet in de gelegenheid hun belangstelling kenbaar te maken. Toen ik destijds van Exloo naar Nieuw Amsterdam verhuisde, was dit met pijn in mijn hart. Ik hield van Exloo en vooral van de bosrijke omgeving. Maar mijn appartement aan de Polweg werd te klein en voor een betere woning stond een wachttijd van minstens vijf jaar. Twee jaar na mijn vestiging in Nieuw Amsterdam en mijn inburgering aldaar kwam het er toch van.

DIGITAL CAMERA

Inmiddels ben ik verhuisd, samen met mijn huisgenootje Bert, en wij beginnen de dag met een korte boswandeling. Bertje reageert opgewonden en nieuwsgierig op zijn nieuwe leefomgeving. Er wonen veel honden en hondjes in de buurt en hij maakte voor het eerst kennis met een kudde schapen, die schaapachtig mijn kleine druktemaker aanstaarden, zonder een moment het vermalen van hun graspollen te onderbreken. Ons nieuwe huis heeft Bert uitvoerig besnuffeld en hij was pas gerustgesteld toen hij in onze nieuwe woning zijn sofa, zijn mandje, ons bed en zijn etensbakje aantrof.

DIGITAL CAMERA

Echter, wij verbreken onze banden met Nieuw Amsterdam, waar op het terrein van de Taalwerkplaats inmiddels de boekbinderij is ingericht, niet. Onze leefomgeving is alleen maar uitgebreid en wij pendelen dus heen en weer tussen Exloo, Nieuw Amsterdam en Peize, waar Bertje geboren is. Nu eens met de auto, dan weer met de bus en soms ook op de motor, vanwaar Bert in een speciaal hondenzitje met verwaaide manen om zich heen kijkt.
Wat een feest!

DIGITAL CAMERA

Wat de boer niet kent, eet hij niet.

•3 juli 2014 • Geef een reactie

Dit is een bekend gezegde.
Toevallig ken ik iemand van boerenafkomst. En het klopt. Toen ik hem ooit een stukje camembert aanbood, zei hij: “Dat lust ik niet.”
Ik vroeg: “Heb je het geproefd dan?”
“Nee, dat niet…maar ik weet zeker dat ik het niet lust.”
“Wat lust je dan wel?”
“Jong belegen Goudse.”

Vreemd voedsel is een hellend vlak. Die aversie is niet alleen voorbehouden aan Nederlandse boeren. Het bestaat over de hele wereld.
Je eet wat je kent. Wat je moeder je geeft.

In westerse landen wil men zo min mogelijk weten over de herkomst ervan. Wie een kip heeft zien lopen, heeft weerzin om hem later op zijn bord te krijgen. Een vis wordt van zijn kop ontdaan, want men wil niet tijdens de maaltijd door het ontzielde oog worden aangestaard. Maar een frikandel, die er uitziet als een stuk opgerold karton, wordt met smaak verorberd bij een bordje patat met zigeunersaus en mayonaise.
Dat is vertrouwd, dus lekker. Wat erin zit weet bijna niemand en dat is maar goed ook.

Maar ook in de zo geroemde Franse keuken wordt veel gegeten, wat de zogeheten “Nederlandse boer niet lust”. Hij moet er niet aan denken een schaaltje gepocheerde hersenen op te lepelen. En al helemaal niet met met knoflook. En geen gefrituurde kikkerbilletjes of consommé van koeienogen.

Ik heb veel gereisd en was altijd overgeleverd aan de lokale keukens. Ik had vooral moeite met de hygiënische omstandigheden in de keukens van ontwikkelingslanden. Gelukkig ben ik er zelden ziek van geworden.
In Indonesië heb ik veel geleerd. Zelfs tot in de armste kringen weet men een smakelijke maaltijd te bereiden met simpele middelen. Dit komt doordat de meeste mensen wel een moestuintje aan huis hebben met groenten en heerlijke verse kruiden. Wat ze te veel hebben, wordt ‘s-morgens vroeg voor de deur van hun huis of op de markt te koop aangeboden. Wij gebruiken hun kruiden vaak in poedervorm, maar dáár wordt kort voor de bereiding een gemberknolletje of een galangawortel uitgegraven. Daar kan geen poedertje tegenop. Het vlees is vaak wat taai, want men houdt van een beetje bite. De smaak van de kip is echter veel rijker dan bij ons. Geen wonder: de kippetjes lopen daar tot de slacht vrij rond en eten wat ze op hun pad tegenkomen. De koeien en varkens worden niet volgepropt met groeihormonen en het fruit is gerijpt aan de bomen. Alles is vers.
Vis koopt men aan het strand, regelrecht van de vissers. Als je wilt -en de tijd hebt- wordt het ter plekke klaargemaakt. Ik was gek op ‘pepes ikan’: een moot tonijn, met verse kruiden in een bananenblad gewikkeld en boven een vuurtje geroosterd. Heerlijk peuzelen aan het strand met een glas gemberthee en een dotje geurige rijst.
Een paar kilometer verder in Denpasar staat een grote Mac Donalds, waar rijkelui’s kinderen voor relatief veel geld chicken fingers met rijst en patat eten. Smakeloze luxe.

sateh lilit (7)

Maar toch was het mij ook wel eens te gortig.
Ik voer eens met een veerboot van Soerabaja te Java naar Bima in Soembawa.
Als backpacker voer ik derdeklas, tussen de lokale bevolking.
De reis was heel goedkoop en inclusief de maaltijden. De eerste- en tweedeklassers aten bovendeks in een luxe eetzaal, maar de derdeklassers moesten hun maaltijd zelf in de keuken ophalen. Iedereen kreeg een plastic bordje met daarop een derde visje, een soeplepel rijst en een plukje instant eiermie. Je kreeg er geen bestek bij. Indonesiërs eten met hun rechterhand. De linker is voor andere doeleinden. Ontbijt, lunch en diner waren hetzelfde. Ontsteld keek ik op mijn bordje. Rijst, mie en een vissenkop. Mismoedig nam ik plaats naast een Timorees, die Adriaan bleek te heten.
“Tidak suka?” (is het niet naar je zin?) vroeg hij.
“Tidak suka kepala ikan” (ik lust geen vissenkop) antwoordde ik.
Adriaan had het geluk, dat hij een middenmoot had gekregen.
Hij stelde voor om te ruilen.
“Pasti?” (weet je het zeker?), vroeg ik.
“Ya, pasti!”, spoorde hij me aan.
We ruilden onze vis. Met smaak zoog Adriaan de vissenkop leeg, hij likte de oogjes eruit en ik hoorde de benige botjes kraken tussen zijn kiezen.
Toen ik het voorval later vertelde aan een Javaanse vriend van me, zei deze verbaasd: “Ibu bodoh! Kepala ikan lebih enak sekali!”
(je lijkt wel gek! De kop van de vis is toch veel lekkerder!)
Volgens hem had ik het ‘neusje van de zalm’ weggegeven.

Voor wie interesse heeft, volgt hier het recept van “pepes tuna”

 

PEPES TUNA

ingrediënten

1 kg tuna 1 kg tonijn

15 shallots 15 rode sjalotjes
10 cloves garlic 10 teentjes knoflook
4 kemiri 4 kemiri-noten
3 cabe merah besar 3 rode spaanse pepers
1 kunyit 1 koenjit wortel
4 sereh 4 stengels citroengras
4 tomatoes 4 tomaten
4 daun salam 4 blaadjes salam
1½ sendok teh salt 1 ½ theelepel zout
5 belimbing wulu (niet verkrijgbaar in Nederland) vervangen door 4 kleine
limoenen

bananenbladeren of aluminiumfolie.
witte, beetgaar gekookte pandanrijst.
lichte thee met schijfjes gemberwortel, thee met limoen, of mintthee.
bereiding

Was de tonijn en verwijder de ingewanden zorgvuldig.
Verwijder kop, vinnen en staart.
Snijd de tonijn in ongeveer 5 cm lange moten.
Bewaar de moten in de koelkast tot de verdere bereiding.

Schil de sjalotten en de knoflook,
Verwijder de sleeltjes van de spaanse peper,
Schil de koenjit wortel,
Snijd de onderkant van de stengels citroengras eraf en de rest in stukken van ongeveer 5 cm,
Was de tomaten.

Maak met behulp van een keukenmachine een pasta van
de sjalotten, de knoflook, de kemiri, de spaanse pepers, de koenjit, de tomaten, en het zout.
Bak deze pasta met een grote eetlepel zonnebloem- of pindaolie in een ruime wok of wadjan.
Voeg de citroenwortel stengels en de salamblaadjes (mag gedroogd zijn) bij de pasta en bak het op een gematigd vuur samen met de pasta.
Eventueel wat water toevoegen om verbranden te voorkomen.

Snijd de limoenen in dunne plakjes en voeg aan de pasta toe.
Nog even goed doorroeren en het vuur doven.
Laten rusten en afkoelen onder een deksel.

De moten vis aan twee kanten bedekken met de pasta en inpakken in bananenblad of aluminiumfolie.
De pakjes rustig laten garen op een matig hete barbeque of houtvuurtje.

Serveren met witte rijst en frisse thee.
(maar een biertje of witte wijn kan ook)

OUDERDOMSCULTUUR

•18 juni 2014 • 4 reacties

 

Vrijwel elke zestigplusser heeft er wel eens last van: het geheugen laat je in de steek. Het begint met namen. Die zanger, hoe heet die ook al weer? Nou ja, laat ook maar. En als ik met iets totaal anders bezig ben, komt als uit het niets de vergeten naam op de proppen. Zonder enig verband met mijn bezigheden van dat moment.
Maar lanzaamaan gaat het verder. Je loopt naar de keuken om een kopje te halen. In de keuken doe je even een klein afwasje en vergeet wat je eigenlijk ging doen. Mijn grootste probleem is mijn opruimwoede. Vaak ruim ik iets zo zorgvuldig op, dat ik het niet meer terug kan vinden. Soms kom ik het na maanden pas weer tegen, als het allang niet meer hoeft.

DIGITAL CAMERA

Laatst wilde ik iets lijmen. Maar ik was vergeten, waar ik de lijm had opgeborgen. Ik zocht het hele huis af, trok elke kast of lade open en vond van alles, behalve de lijm. Hoe ik ook zocht en peinsde, de lijm bleef voor mij verborgen. Uiteindelijk hield ik op met zoeken, want wat ik wilde lijmen had niet zo’n haast dat ik er zoveel tijd aan moest besteden. Ik kon mijn tijd wel beter gebruiken.
Een dag later vond ik -zoals gewoonlijk- bij toeval de lijm. Ik trof het vlak voor mijn neus, op een plank in de boekenkast. Verheugd over deze vondst, wilde ik er direct mee aan de slag. Maar nu stuitte ik op een volgend probleem: wat wilde ik ook weer lijmen? Ik kon het me niet meer herinneren. In gedachten ging ik terug naar de situatie van voorheen, toen ik dit klusje wilde klaren. Maar ik kwam er niet op. En tot op heden weet ik het nog niet.
Laatst was ik op een feestje. Er was gezelligheid, er was muziek, er was een kampvuurtje, en er was wijn. Toen ik in de late uurtjes naar huis ging, was ik me welbewust van een glaasje teveel. Maar ik woonde vlakbij, het was stil op straat, dus ik waagde het er op. Ik startte de auto en reed met matige snelheid en zo zorgvuldig mogelijk in de richting van mijn huis. Onderweg seinde een tegenligger met zijn lichten. Ik vermoedde een politie-controle en besloot een andere route te kiezen. Je moet de kat niet op het spek binden. Na een straatje om kwam ik bij mijn huis, tevreden over de avond en over de probleemloze rit. Ik zette de motor af en wilde de lichten doven, toen ik ontdekte, dat mijn lichten helemaal niet waren ontstoken. Oeii, vergeten.
Ik vertelde het voorval aan mijn volwassen zoon. Deze reageerde geruststellend: “Dat heeft niets met je leeftijd te maken hoor, gewoon een gevalletje Korsakoff.”

DIGITAL CAMERA

Boekbinderij “De Spanjaard” is nu onderdeel van de Taalwerkplaats Drenthe

•10 april 2014 • 4 reacties

Deze week is boekbinderij “De Spanjaard” opnieuw verhuisd.
De Spanjaard is een zelfstandig onderdeel geworden van de stichting “Taalwerkplaats Drenthe” .

DIGITAL CAMERA

Het torentje dat van nu af aan de naam van “De Spanjaard” draagt, zal mijn werkplek zijn voor restauraties, demonstraties, creativiteiten en eventueel lessen.

DIGITAL CAMERA

Boekbinden is een oud ambacht, dat in vroeger tijden veel in kloosters werd beöefend. Het is geduld-werk, priegelwerk. Werk, dat de overdracht van het gedachtengoed der wereld mogelijk maakte.

DIGITAL CAMERA

Helaas is het ook een uitstervend ambacht. De voordelen van de digitale opslagmogelijkheden overtroeven de drukkerij en de boekbinderij krachtig en met recht. Anders dan beeldende kunsten is de ‘jas van het woord’ slechts dienstbaar aan de inhoud van het boek.

DIGITAL CAMERA

Het is nostalgie, vergelijkbaar met old-timers en houtkacheltjes.
Maar het is ook een mooi stukje geschiedenis, waarvan de techniek niet verloren zou moeten gaan. Want het zijn met name de taal -en daarom- de boeken der wereld die dit altijd hebben bewaard.

DIGITAL CAMERA

Mensen, die interesse hebben in “De Spanjaard” zijn altijd welkom op afspraak.
Dat kan via mail op adres detaalwerkplaats@gmail.com of telefonisch via nummer: 0610536146.

Kerstfeest 2013

•25 december 2013 • Geef een reactie

Buiten de zogeheten kerstdagen om wens ik van harte iedereen 365 bevredigende dagen per jaar toe met veel geluksgevoelens, voorspoed en tevredenheid. (en ook een paar rotdagen, ter vergelijking)

boterbloemen in de winter !!!

boterbloemen in de winter !!!

De meeste mensen zijn zich wel bewust, dat de historische Jesus Christus niet is geboren op 25 december van het jaar 1 van onze huidige jaartelling. In werkelijkheid vieren wij het langer worden der dagen, historisch, omdat het leven in de winter van het noordelijk halfrond behoorlijk “afzien” betekende. Dat was uiteraard een vorm van natuurlijke selectie, maar daar houden wij mensen, sowieso niet van.
Zelf heb ik een hekel aan de kou, dus ik ben eerder geneigd de terugtocht naar de zomer te vieren, dan de geboorte van Jezus Christus. Bovendien ben ik met Jezus Christus niet opgevoed, al was ik wel geinteresseerd in de verhalen, rituelen en kerken.
Om duidelijkheid te krijgen heb ik toch nog eens de historische feiten rond de heilige geboorte op internet bij elkaar gezocht.Ik kwam onder andere de volgende gegevens tegen:

Wikipedia:

Geboortejaar

Over de eerste dertig jaar van Jezus’ leven valt nauwelijks iets te zeggen. Ook de bepaling van zijn geboortejaar blijft speculatief. Traditioneel werd aangenomen dat Jezus geboren was in het jaar 1, gebaseerd op de berekeningen van Dionysius Exiguus rond 525. Maar als het klopt dat Herodes de Grote nog leefde toen Jezus werd geboren, moet de laatste vóór 4 v.Chr. geboren zijn.[24] Anderzijds verbindt Lucas de geboorte aan de census van Quirinius (6/7 na Chr.). Veel historici hebben geconcludeerd dat het jaar 6 à 7 voor het begin van onze jaartelling het meest waarschijnlijke jaar van Jezus’ geboorte is. Maar de enige zekerheid is dat Jezus is geboren tijdens het bewind van keizer Augustus.[25] De precieze geboortedatum van Jezus is niet bekend, de datum 25 december steunt niet op Bijbelse of historische bronnen.

Geboorteplaats

Binnen de christelijke traditie wordt in navolging van de evangeliën van Matteüs en Lucas Bethlehem als geboorteplaats van Jezus beschouwd. De profeet Micha voorspelde dat het koningshuis van David hernieuwd zou worden met een persoon uit Bethlehem-Efrata in de bergen van Judea.[26] Hierin zien veel christenen een teken dat Jezus de Messias zou zijn. Vanuit historisch-kritisch perspectief is de voorstelling van de geboorte van Jezus in Bethlehem naar alle waarschijnlijkheid ontstaan om de voorspelling uit te laten komen. Matteüs en Lucas geven deze opvatting verschillend vorm. Volgens Lucas woonden de ouders van Jezus, Jozef en Maria, aanvankelijk in Nazareth en gingen zij kort vóór de geboorte van Jezus naar Bethlehem vanwege een volkstelling.[27] Maar volgens Matteüs vestigden zij zich pas in Nazareth na de dood van Herodes I en hun terugkeer uit Egypte, uit vrees voor de nieuwe koning van Judea, Herodes Archelaüs, de zoon van Herodes, waarmee hij dus lijkt te zeggen dat de eerdere woonplaats Bethlehem was.

Nazareth lijkt de beste gissing voor de geboorteplaats van Jezus.[bron?] Als alternatief wijzen sommigen naar Bethlehem in Galilea[28], omdat Bethlehem in Judea überhaupt niet in aanmerking komt wegens het ontbreken van archeologisch bewijs van bewoning rond de tijd van Jezus in de stad Bethlehem in Judea.

en verder:

 JEZUS GEBOORTE: 4 VÓÓR CHRISTUS EN IN 6 NÁ CHRISTUS? 

  • Volgens Matteüs is Jezus geboren onder Herodes de Grote (denk aan de moord op de onnozele kinderen). Nu, Herodes is gestorven in 4 vòòr Christus.
  • Maar volgens Lucas is Jezus geboren naar aanleiding van een volkstelling van Quirinius (legaat van Syrië). Quirinius is legaat van Syrië geworden in 6 nà Christus.

Hoe kan Jezus geboren zijn 4 vòòr Christus en 6 nà Christus?

Bij de opkomst van het christendom is het altijd onzeker geweest op welke datum Jezus precies geboren is. In beide evangelies wordt namelijk geen datum en zelfs geen jaargetijde genoemd voor de geboorte. Voordat er in Europa kerst werd gevierd, werden er feesten gehouden om te vieren dat de langste nacht van het jaar voorbij was. Germaanse volken in het noorden van Europa vierden op 21 december zogenaamde joelfeesten. In de Scandinavische talen heet kerstmis tot op de dag van vandaag jul. Bij dit feest werden bomen in huis geplaatst en werden er vreugdevuren van hout gestookt. Heidenen in Rome vierden rond 21 december een feest ter ere van Saturnus, de zogenaamde Saturnaliën. En ook de Romeinen kenden een feest om te vieren dat de langste nacht voorbij was. Dit feest heette de Dies Natalis Solis Invicti en vond plaats op 25 december. Daarnaast vierden de aanhangers van de Perzische god Mithra de geboorte van deze god op 25 december.

Het geboortejaar van Jezus is een andere onzeker element. Onze hedendaagse jaartelling is gebaseerd op de geboorte van Jezus. Het systeem van onze jaartelling werd in het jaar 525 ontworpen door de monnik Dionysius Exiguus. Hij stelde vast dat Jezus op 25 december in het jaar 1 werd geboren. Deze berekeningen bleken achteraf echter niet te kloppen. In het evangelie van Matteüs wordt namelijk gesteld dat Jezus geboren werd toen de Joodse vazalkoning van de Romeinen Herodes I in Judea aan de macht was. Herodes stierf echter in het jaar 4 voor Christus. Het geboortejaar van Jezus ligt hierdoor waarschijnlijk even voor het jaar vier voor Christus. Door deze rekenfout van Exiguus loopt de hedendaagse jaartelling niet synchroon met de gebeurtenis waarop hij gebaseerd is, namelijk de geboorte van Jezus.

Ontmoetingen op de openbare weg

•26 november 2013 • 2 reacties

SAM_3879

Tijdens mijn ochtendwandeling met de kleine Bertje zag ik in de verte een man aankomen, die een loslopende herder bij zich had. Bertje had het ook gezien en ging, een beetje afwachtend, op zijn kontje zitten. De man gooide steeds een stok voor zich uit, die dan door de vitale herder werd opgehaald en voor de voeten van zijn baasje werd neergelegd. Aldus spelend kwamen ze dichterbij. De man droeg wel een riem bij zich, wat gewoonlijk betekent, dat de baas zijn hond aanlijnt, zodra er een soortgenoot in het vizier komt. Dat deed deze man echter niet. Bert en ik bleven staan en wachtten af, wat er ging gebeuren. Op het moment, dat de herder ons in de gaten kreeg, werd Bertje onrustig en kroop weg achter mijn kuiten. De herder nam een run en vloog Bertje aan, die rondjes om mijn benen rende, waardoor ik geen kant meer op kon. De herder genoot van dit spel en werd op geen enkele manier door zijn baas gecorrigeerd. Verbaasd keek ik de man aan, terwijl ik van alles deed om de hond van Bertje af te houden. De man zei op agressieve toon: “Er zijn nog meer plekken om te gaan wandelen hoor”  en trok zich niets aan van de voortdurende aanvallen. “Ik woon hier”, antwoordde ik. “Ja, ik ook!” beet de man mij toe. Natuurlijk had ik kunnen zeggen, dat hondenbezitters verplicht zijn om hun huisdier aangelijnd te houden op de openbare weg. Maar van iemand, die zo onredelijk reageert, terwijl hij zelf fout zit, kun je weinig positiefs verwachten. En Bertje zou van zo’n discussie al helemaal niet gelukkiger worden. Psychopaten zijn onder meer te herkennen aan gebrek aan empatisch vermogen en gebrek aan verantwoordelijkheidsgevoel. De man liep door zonder zich nog om  de situatie te bekommeren en zijn hond ging hem achterna.
Terwijl ik me nog druk maakte, leek Bertje het voorval al te zijn vergeten en hij huppelde snuffelend van boom tot boom. Op onze wandeling kwamen we nog vijf keer een hond met zijn baasje tegen, allemaal aangelijnd. Terwijl het ene baasje de hondjes gelegenheid gaf om elkaar te besnuffelen, trok het andere baasje zijn hondje een andere kant op. Laat ik dus die ene gefrustreerde idioot maar vergeten en me verheugen over al die andere aardige mensen, die beter omgaan met de consequenties van een samenleving.
En de hondjes, die hebben daar allemaal zo hun eigen mening over.